Categorie Archief Informatie

Alle informatie over veehouderijen in één handige webapplicatie

De webapplicatie I-GO Veehouderijen is sinds 1 december 2019 in de lucht. De applicatie geeft openbaarheid van veehouderijgegevens in Gelderland. Gebruikers zijn, naast medewerkers van de omgevingsdiensten, ook burgers, adviseurs en andere overheden. We ontvangen veel positieve geluiden van interne en externe gebruikers van I-GO Veehouderijen. Zij geven aan heel tevreden te zijn over de actualiteit en vindbaarheid van de gegevens. Ook zijn ze positief over de snelheid waarmee je gegevens uit de applicatie kunt halen en exporteren (bijvoorbeeld naar V-Stacks en ISL3a).Welke informatie kun je in I-GO Veehouderijen vinden en wat zijn de voordelen van het gebruik ervan? 

Welke veehouderijen liggen er in onze omgeving, voor hoeveel dieren hebben zij een vergunning en wat is de vergunde emissie? Het is allemaal te vinden in de openbare versie van I-GO Veehouderijen. I-GO Veehouderijen is een database en webapplicatie waarin alle gegevens uit de vergunningen en meldingen van veehouderijbedrijven geraadpleegd kunnen worden. Robert Bulte, Team Ontwikkeling OVIJ, was nauw betrokken (in de klankbordgroep) bij de implementatie van I-GO. Hij ziet absolute meerwaarde in de webapplicatie. “Onder de straks in te voeren Omgevingswet wordt het nog belangrijker om milieugegevens van veehouderijen beschikbaar te hebben. Daarom is I-GO Veehouderijen zo belangrijk voor het werk van de omgevingsdiensten.” 

I-GO Veehouderijen als opvolger van Web-BVB
De omgevingsdiensten hebben met de openbare versie van I-GO Veehouderijen een volwaardige opvolger gerealiseerd voor de Web-BVB. Net als bij de Web-BVB is I-GO Veehouderijen een database en webapplicatie. De gegevens worden actueel gehouden door de omgevingsdiensten, maar zijn voor meer partijen interessant. Bulte legt uit: “I-GO Veehouderijen is bijvoorbeeld interessant voor adviseurs die een milieueffectrapportage (mer) opstellen. Zij hebben gegevens over het vee nodig van bedrijven in de buurt van het bedrijf waarvoor zij de rapportage opstellen. Ook is I-GO Veehouderijen interessant voor de veehouderijen zelf, andere overheidsorganisaties, particulieren, milieuverenigingen etc. Zij kunnen de database gebruiken als raadpleegfunctie.”

Welke informatie is in I-GO Veehouderijen te vinden?
I-GO Veehouderijen bevat informatie uit de Gelderse omgevingsvergunningen en meldingen van veehouderijbedrijven. Vergunde diersoorten, dieraantallen, stalsystemen en eventuele additionele technieken worden bijgehouden. I-GO Veehouderijen berekent met deze informatie de (vergunde) ammoniak-, fijnstof- en geuremissies. De veehouderijgegevens zijn een aanvulling op de inrichtingsgegevens die al door de omgevingsdiensten werden bijgehouden. Verder zijn binnenkort ook de gegevens van het werkgebied van ODT te raadplegen via I-GO Veehouderijen.

Voordelen I-GO ten opzichte van Web-BVB
I-GO Veehouderijen heeft dezelfde functionaliteit als de Web-BVB, maar is qua gebruikersgemak een stuk vriendelijker. Verder is de programmatuur stabieler dan bij de Web-BVB. De webapplicatie is voortdurend in ontwikkeling en we sluiten onze ogen dan ook niet voor eventuele verbeteringen. Bij de invoering van de omgevingswet moeten er veranderingen plaatsvinden, aangezien de stalsystemen ingrijpend gaan wijzigen. I-GO Veehouderijen kan daarnaast eenvoudiger gekoppeld worden bij de omgevingsdiensten die binnenkort overgaan naar een nieuw VTH-systeem.

Heb je gewenste punten voor doorontwikkeling? Stuur die dan naar: igo@gelderseomgevingsdiensten.nl.

I-GO Veehouderijen is te bekijken via veehouderijen.igoview.nl/. De handleiding is hier ook te vinden.

Omgevingsdienst Twente aangesloten op I-GO

Sinds eind 2019 is de Omgevingsdienst Twente (ODT) formeel aangesloten op I-GO. Zij nemen, net als de Gelderse omgevingsdiensten, alle functionaliteit over die door I-GO wordt geboden. De afgelopen maanden is vooral ingezet op de aanlevering van gegevens van ODT aan I-GO. De aanlevering is nu op een dusdanig niveau, dat een volgende stap is gezet: de medewerkers maken gebruik van de I-GO Viewer. Jurjen Roels, Informatiemanager bij ODT, vertelt hoe I-GO uitgerold is binnen hun omgevingsdienst. 

I-GO binnen ODT
Gebruikers vinden in de I-GO Viewer op een eenvoudige manier de gegevens uit hun eigen VTH-systeem en overige gegevens. Deze gegevens worden weergegeven in een landkaart, met een stip worden de objecten in het gebied getoond. Door te klikken op deze stip komen de lopende en afgesloten zaken in beeld. De gegevens van de daarbij behorende documenten worden vervolgens getoond. Naast deze gegevens uit het eigen systeem zijn er gegevens te vinden over onder meer:

  • meldingen energiebesparing (ingediende meldingen bij RVO);
  • informatie over asbestdaken;
  • indicaties van overtredingen door andere inspectie-organisaties (zoals Voedsel- en Warenautoriteit en andere landelijke inspecties).

Vrijwel alle ODT-medewerkers hebben de afgelopen maand een online instructie voor de I-GO Viewer ontvangen. Medewerkers kunnen op deze manier direct gebruik maken van de viewer vanuit hun ODT-account, zonder specifiek te hoeven inloggen. In het interview hieronder lees je meer over de start van I-GO binnen de ODT.

“Er is genoeg potentie voor I-GO bij ODT”

Jurjen Roels is als Informatiemanager werkzaam bij Omgevingsdienst Twente (ODT). ODT is inmiddels anderhalf jaar operationeel. Jurjen is bijna vier jaar betrokken bij de ODT. Eerst bij de vorming van de ODT en nu als Informatiemanager. Hoe hebben ze I-GO uitgerold binnen de ODT? En wat vindt ODT van de functionaliteiten van I-GO?Jurjen Roels is als Informatiemanager werkzaam bij Omgevingsdienst Twente (ODT). ODT is inmiddels anderhalf jaar operationeel. Jurjen is bijna vier jaar betrokken bij de ODT. Eerst bij de vorming van de ODT en nu als Informatiemanager. Hoe hebben ze I-GO uitgerold binnen de ODT? En wat vindt ODT van de functionaliteiten van I-GO? 

I-GO als projectmiddel bij migratie
“In 2018 werd Jan Willen Strebus directeur van ODT. Hij sprak direct de wens uit om I-GO naar Twente te halen,” vertelt Jurjen. “Er was een strategie voor de migratie van de data van de bevoegde gezagen naar ODT. Daarvoor ging data door de zogenaamde wasstraat. I-GO konden we hierbij goed gebruiken. Door I-GO konden we een aardig oordeel geven over de kwaliteit van de data en de strategie voor de migratie.”

Breder uitrollen
In eerste instantie is I-GO vooral een projectmiddel geweest voor de migratie. Inmiddels hebben we ook onze VTH-applicatie voor de lange termijn geïmplementeerd. Deze is al voorbereid op de komst van de Omgevingswet. De aandacht verschuift vervolgens van de initiële implementatie van de processen, naar sturing op de processen en het verbeteren van de datakwaliteit in onze systemen.Dit is dan ook een prima moment om I-GO breder uit te rollen in de organisatie, de viewer in gebruik te nemen en de potentie van I-GO te benutten,” legt Jurjen uit.

I-GO als kernregistratie
DeODT ziet vooral veel toekomst in I-GO in de vorm van een soort kernregistratie Omgevingsdiensten. Jurjen: “Dat is een breder doel dan dat I-GO nu heeft voor de Gelderse diensten. In het begin volgden we I-GO vooral als organisatie, nu denken en werken we ook mee aan I-GO. Zo wordt er momenteel aan de asbestfunctionaliteit gewerkt. Ook hebben we suggesties voor de kernregistratie gedaan in verband met de Omgevingswet. En we proberen een dataset te maken voor rapportage van productiecijfers op basis van de exports.”

ODT-gebruikers
“We hebben de introductiecursussen online moeten geven door de coronacrisis. Binnenkort volgt nog een extra sessie voor mensen die deze cursus niet konden volgen. In juni gaan we evalueren; hoe is het gebruik bij ODT? Wat zijn de wensen van onze gebruikers? Hoe kunnen we het verder gaan benutten? Het MT is erg benieuwd hoe de medewerkers I-GO gaan gebruiken.”

Samenwerken en delen
Het MT neemt I-GO onder de arm mee naar de bevoegde gezagen. Zo kunnen ze laten zien welke publieke informatie er nu beschikbaar is. Door de Omgevingswet moet er straks meer samengewerkt worden. Er wordt hierdoor positief gereageerd op I-GO. We kunnen al veel meer delen dan verwacht.”

Meer betrokkenheid ODT
ODT staat dus aan het begin van het gebruik van I-GO. Jurjen: “Ik heb mij de afgelopen jaren wel met I-GO beziggehouden, maar meer als een vooruitgeschoven post. Vanaf nu zijn ook andere collega’s betrokken. Ik hoop dat dit ODT meer zichtbaar maakt in de I-GO sprints en meer betrokkenheid geeft vanuit inhoud en het primaire proces. Er is genoeg potentie, dat wordt echt gezien.”

Aansluiting provincie Gelderland

De provincie Gelderland heeft in 2019 onderzocht wat de voor- en nadelen zijn van aansluiting op I-GO. De provincie zag vooral een meerwaarde van de aansluiting op I-GO op drie specifieke gebieden. Ten eerste de kwaliteitstoetsen van hun gegevens en daarmee betere gegevenskwaliteit. Ten tweede het inzicht in de object- en zaakinformatie van omgevingsdiensten. En ten derde de uitwisseling naar landelijke voorzieningen in de toekomst. 

Inzicht
Ook voor de omgevingsdiensten bleek de aansluiting van de provincie op I-GO zeer wenselijk. Door deze aansluiting krijgen de vergunningverleners en toezichthouders van de omgevingsdiensten continu inzicht in de actuele gegevens van provinciale VTH-dossiers. Deze zijn met name relevant bij agrariërs (Wet natuurbescherming) en in mindere mate bij zwemwaterkwaliteit en luchtvaart. Deze provinciale gegevens zijn nu niet raadpleegbaar en worden alleen op aanvraag (dossierniveau) ontvangen.

Aansluitingsplan
Door en met de provincie is de afgelopen maand een plan opgesteld voor aansluiting op I-GO. Daarin worden twee fasen onderscheiden. Na iedere fase vindt besluitvorming plaats door de provincie en het directeurenoverleg van de omgevingsdiensten. De twee fasen zijn als volgt:

  • 1- De voorbereiding voor het koppelen en aanleveren van gegevens aan I-GO. Dit is inclusief inzage in juridische en financiële consequenties van fase 2.
  • 2- De VTH-gegevens van omgevingsdiensten en de provincie, die voor de andere overheid relevant zijn, zijn voor elkaar beschikbaar. Ze worden structureel op kwaliteit getoetst. Het blijven twee afzonderlijke gegevenssets en gegevens worden niet geïntegreerd. De aanlevering van gegevens door de omgevingsdiensten aan I-GO (Kernregistratie) hoeft daardoor niet te wijzigen.

Is fase 2 doorlopen? Dan wordt besloten of er wel of niet een doorontwikkeling van de aansluiting volgt.Het plan voor fase 1 van de aansluiting ligt momenteel bij de provincie en bij het directeurenoverleg voor besluitvorming. De start is half juni, de afronding van fase 1 is in augustus.

Beheer landelijke registratie asbestmeldingen

De omgevingsdiensten in Nederland prioriteren hun asbesttoezicht met behulp van een landelijk overzicht met asbestmeldingen. Dit overzicht wordt dagelijks samengesteld op basis van verschillende bronnen met informatie over asbestsaneringswerkzaamheden. Het beheer van dit overzicht ligt bij Omgevingsdienst Twente en wordt momenteel overgenomen door I-GO.

Bronnen asbestsaneringen
Er zijn veel bronnen beschikbaar met informatie over asbestsaneringen. Bedrijven die asbest saneren melden dit in het Landelijk Asbest Volg Systeem (LAVS). Deze data wordt door het LAVS beschikbaar gesteld aan de Inspectie SZW (ISZW). Daarna kunnen de gemeenten en de omgevingsdiensten de informatie gebruiken voor het prioriteren van toezicht. Verder houdt de Stichting Certificatie Asbest (ASCERT) informatie bij over gecertificeerde bedrijven.

Beheer duurzaam beleggen
De gemeente Enschede heeft in het verleden een applicatie gemaakt waar de informatie (van de bovenstaande bronnen) wordt samengevoegd tot één lijst. Dit is een lijst met meldingen van saneringen die nog moeten plaatsvinden. De output (rapportage) uit deze applicatie wordt via het kennisplatform van OD.nl aan alle omgevingsdiensten in Nederland ter beschikking gesteld. Deze rapportage wordt gebruikt door toezichthouders asbest bij alle diensten. De ODT heeft het beheer van deze applicatie overgenomen van de gemeente Enschede en wenst het beheer meer duurzaam te beleggen. Op deze manier wordt het beschikbaar stellen van de rapportage minder persoonsafhankelijk. Ook wordt doorontwikkeling op deze manier meer mogelijk gemaakt.

Overname door I-GO
Met de beheerder van de lijst bij de ODT zijn diverse gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt over het overnemen van de functionaliteit door I-GO. De functionaliteit van de applicatie is nagebouwd in de I-GO omgeving. Hierdoor kunnen de lijsten met ‘meldingen in de toekomst’ dagelijks geautomatiseerd samengesteld worden. De komende periode wordt de functionaliteit feitelijk overgenomen. Vanaf dan vindt de aanlevering aan het kennisplatform van OD.nl structureel door I-GO plaats. Daarna wordt, samen met de asbestmedewerkers in Gelderland en Overijssel, bekeken welke wensen zij hebben voor doorontwikkeling.

Korte update: Documenten van andere diensten raadpleegbaar

Nieuwsbrief I-GO • mei 2020

Al langere tijd werken we met de ODA en ODRN aan de aansluiting van deze twee diensten op de documentenvoorziening (waarin documenten van andere diensten te raadplegen zijn). Na aansluiting is het mogelijk dat medewerkers van andere omgevingsdiensten direct de documenten kunnen inzien van de zaken die voor hen relevant zijn. Bijvoorbeeld voor de uitvoering van de stelseltaken. Daarmee voorkomen we dat medewerkers van de diensten op elkaar moeten wachten voor het aanleveren van relevante stukken. Dit scheelt veel tijd. Documenten van de ODNV zijn al via de I-GO Viewer te bekijken. De aansluiting van de ODRN op de documentenviewer vindt op korte termijn plaats. Bij de ODA wordt nog aan een issue gewerkt waardoor de documenten niet kunnen worden opgehaald. Ook daar hopen we op snelle afronding.

Meer meldingsplichtige bedrijven in beeld

Als je beschikbare gegevens combineert, krijg je goed in beeld welke bedrijven zich moeten melden in het kader van de energiebesparingsplicht. Op basis van eerdere variabelen hadden we 5.790 bedrijven in Gelderland in beeld die vrijwel zeker boven de landelijke norm voor meldingsplicht vallen. Afgelopen maand zijn diverse variabelen toegevoegd, zodat we bijna 10.000 bedrijven in beeld hebben die per 1 juli 2019 een melding hadden moeten indienen.

Overzicht
Onder deze bedrijven vallen onder andere verwarmde zwembaden die vallen onder de Whvbz, groothandels in levensmiddelen, veehouderijen met een luchtwasser en veehouderijen met een bepaald aantal vergunde dieren. Een groot deel van deze bedrijven heeft zich ondertussen gemeld. Toezichthouders kunnen zo per bedrijf zien of er gemeld is, wat het energieverbruik is en welke maatregelen ze nog moeten nemen.

Steeds slimmer
De gegevens kunnen goed gebruikt worden voor het integraal toezicht en het specifieke energietoezicht. Voor de toezichthouders is inzichtelijk waarom we vermoeden dat dit bedrijf zich moet gaan melden. Als blijkt dat bepaalde groepen bedrijven toch niet meldingsplichtig zijn, wordt het model aangepast. Op deze manier wordt het model steeds slimmer!

Jaarplan 2020 ‘Innovatie in het stelsel’

Op 15 januari heeft het directeurenoverleg ingestemd met het Jaarplan 2020: Innovatie in het stelsel. In het jaarplan staan de projecten die door de omgevingsdiensten gezamenlijk worden gerealiseerd op het gebied van de informatievoorziening.

De projecten zijn voorgedragen door de Informatiemanagers. Zij hebben de selectie gemaakt op basis van wensen en behoeften uit de eigen organisatie. De Informatiemanagers zorgen, samen met de Programmamanager I-GO, voor de uitwerking van het jaarplan in een planning en realisatie per project.

Vier projecten zijn in 2019 opgestart en zeven nieuwe projecten zijn benoemd:

1- Uitbreiding kwaliteitsborging zaak- en documentgegevens.
2- Aansluiting ODRN en ODA op de documentenvoorziening en evaluatie.
3- Evaluatie informatiegestuurd toezicht, pilots Horeca en Dierhouderijen.
4- Levering LPG-stations aan Register Externe Veiligheid.
5- Aansluiting van de omgevingsdiensten op het omgevingsloket (DSO).
6- Herijking van Kernregistratie.
7- Uitwerking voorstel voor afspraken over archiefverantwoordelijkheid.
8- Visie op geo-samenwerking.
9- Uitwerking voorstel voor informatiebeveiligingsbeleid.
10- Optimaal gebruik van I-GO door ODT en ODIJ.
11- Overdracht landelijke asbestregistratie ‘meldingen in de toekomst’ aan I-GO.

“Door kennis te delen via I-GO kunnen we zo soepel mogelijk aansluiten op het DSO”

Jan Sanders is vast lid van het I-GO ontwikkelteam. Als Business Adviseur I&A bij ODRN weet Sanders alles van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Binnen het I-GO team zit hij aan de technische kant. Dat betekent dat hij meewerkt aan de realisatie van de producten van het I-GO team. Het ondersteunen van de omgevingsdiensten bij de aansluiting op het DSO is een van de speerpunten van I-GO. Jan helpt daarvoor de omgevingsdiensten met het maken van keuzen en het maken van afspraken met leveranciers. Hij vertelt waar we nu staan met het DSO, wat er nog moet gebeuren en wat de grootste uitdaging is. 

Waar staan we op dit moment met het DSO?
Rondom het DSO is nogal ruis. Op landelijk niveau zijn er volop nieuwe digitale voorzieningen gemaakt. Deze moeten het huidige Omgevingsloket (OLO) en het Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) gaan vervangen. Ook moeten de voorzieningen ertoe leiden dat werkzaamheden flexibeler ingericht kunnen worden. Per 1 januari 2021 moeten alle gemeenten en omgevingsdiensten op het nieuwe Omgevingsloket zijn aangesloten. Hun processen voor het aanvragen van vergunningen en maken van meldingen moeten hier dan ook op afgestemd zijn. Technisch gezien is de manier van aansluiten echt heel anders dan nu. Wat dit betekent? Dat er ‘onder water’ (dus: niet zichtbaar voor gebruikers) behoorlijk wat aangepast moet worden. Daarnaast zijn er nog steeds vraagtekens of het wel haalbaar is. Is alles op tijd klaar? Hebben de softwareleveranciers wel voldoende capaciteit om iedereen op tijd aan te sluiten? De omgevingsdiensten in Gelderland zijn al een heel eind. De ODRN is technisch al aangesloten, de leverancier is nu bezig om het binnenkomende verzoek te vertalen naar een zaak in het VTH-systeem. Ook met de leverancier van OpenWave zijn afspraken gemaakt en wordt deelgenomen aan een pilot. In maart/april van dit jaar gaan ODA en ODDV waarschijnlijk de eerste testen doen.”   

Wat moet er nog gebeuren?
Het belangrijkste wat er nog moet gebeuren is niet zozeer de techniek, maar de aanpassing in de processen. Ook maken de omgevingsdiensten zich zorgen over de tijdige en juiste afstemming met de gemeenten. Met de komst van de omgevingswet krijgen die namelijk meer beleidsruimte. Dit betekent dat gemeenten eisen, regels en voorschriften kunnen gaan hanteren. De ’omgevingsdiensten moeten die vervolgens meenemen in de afhandeling van de verzoeken. Deze regels kunnen de gemeenten via het DSO als ‘toepasbare regels’ vastleggen. Dat bepaalt dan de digitale dienstverlening en de informatiestroom naar de omgevingsdienst. Zijn er geen of onvolledige toepasbare regels? Dan kan dit lastig zijn voor de afhandeling van de verzoeken bij de omgevingsdiensten. Daarom delen we kennis via I-GO en kijken we welke acties we gezamenlijk kunnen gaan oppakken. Op deze manier kunnen we zo snel mogelijk aansluiten en hebben we handvaten om het gesprek aan te gaan met de gemeenten.”

Wat is de grootste uitdaging?
Het blijft een uitdaging om bepaalde dingen tijdig voor elkaar te krijgen. Zo ontwikkelt het DSO ook een samenwerkingsruimte. Hierin kunnen bevoegde gezagen en behandeldiensten samen aan een aanvraag werken. Om deze functionaliteit goed te kunnen gebruiken moet iedereen, met wie we willen samenwerken, aangesloten zijn. Ook moeten er heldere procesafspraken zijn. Het is een grote uitdaging om dit voor 1 januari 2021 rond te krijgen. Het gaat namelijk over veel organisaties”

Aan de slag met de omgevingswet!
“Ik wil iedereen adviseren om de site van ‘Aan de slag met de omgevingswet’ te bekijken. Verder kun je hier al zien wat burgers en bedrijven straks te zien krijgen en hoe het digitale loket eruit komt te zien. Doe bijvoorbeeld maar eens een vergunningscheck en dien een aanvraag in. Alle informatie en toegevoegde documenten worden in de uiteindelijke versie digitaal doorgestuurd naar het bevoegd gezag of de dienst die de aanvraag in behandeling neemt.”

Slim toezichtmodel dierhouderijgegevens

We kunnen steeds beter bepalen bij welke bedrijven het houden van toezicht het belangrijkste is. Dit komt doordat we de urgentie voor het toezicht kunnen bepalen op basis van de gegevens die de Gelderse en Overijsselse omgevingsdiensten beschikbaar hebben. Er zijn twee pilots opgestart vanuit de Stuurgroep Informatiegestuurd Toezicht. Hierin zitten enkele hoofden handhaving van de Gelderse omgevingsdiensten. Het doel van de pilots is om meerdere informatiebronnen te gebruiken bij het bepalen van het risico van bedrijfsactiviteiten. Op deze manier kan de prioriteit per bedrijf beter onderbouwd worden.

Eén pilot vond plaats bij de branche horeca. De andere bij dierhouderijen. De pilot horeca is door het team Ketentoezicht uitgevoerd.

Pilot dierhouderijen
Voor de pilot dierhouderijen is gebruikgemaakt van de kennis over de agrarische branche van toezichthouders bij ODA en OddV. Samen met hen is gezocht naar de voornaamste variabelen die het risico van een dierhouderij bepalen. Dit werd een lijst van 9 variabelen waarvan we gegevens beschikbaar hebben. Iedere variabele geeft per bedrijf een bepaalde score. Hierdoor kunnen zowel bedrijven die bij de omgevingsdiensten bekend zijn als bedrijven die niet bij de omgevingsdiensten bekend zijn (maar bijv. wel zijn opgenomen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel) ‘gescoord’ worden. In een dashboard worden deze scores direct bijgehouden. Zodra er dus nieuwe gegevens worden aangeleverd (van omgevingsdiensten of van derden), wordt de score automatisch herberekend en daarmee de volgorde van toezichtprioriteiten.

In beweging
De resultaten van het model zijn in december 2019 aan de omgevingsdiensten toegestuurd. Sindsdien blijven de gegevens en prioriteiten in het model ‘in beweging’. Binnenkort is de evaluatie van het model. Daarna wordt er een besluit genomen over de doorontwikkeling.

Korte updates december 2019

Via de geoviewers van de omgevingsdiensten én via de I-GO Viewer kunnen energietoezichthouders ingediende meldingen energiebesparing raadplegen. Deze meldingen zijn gedaan door de bedrijven. In de eigen (omgevingsdienst) geoviewers zien de toezichthouders alleen de voornaamste gegevens. Na inloggen op www.igoview.nlkunnen ook alle details uit de melding (PDF) geraadpleegd worden. Ondertussen zijn door Gelderse bedrijven 4.800 meldingen ingediend. Enkele bedrijven hebben meerdere meldingen ingediend. Bijvoorbeeld omdat zij ondertussen energiebesparingsmaatregelen hebben getroffen. De grootste groep melders komt uit de agrarische sector (bijna 20%), gevolgd door de detailhandel (14%) en kantoren (11%).

In 2018 was de verwachting dat in Gelderland meer dan 20.000 bedrijven zich moesten melden. Deze bedrijven hebben namelijk een energieverbruik dat boven de verbruiksgrens ligt. Deze grens ligt bij een jaarlijks verbruik van 50.000 kWh of 25.000 m3 gas. De omgevingsdiensten hebben echter geen directe toegang tot de verbruiksgegevens. Daarom is aan de hand van een slim algoritme (specifieke criteria) bepaald welke bedrijven zich waarschijnlijk nog moeten melden. Met de energietoezichthouders is in december gewerkt om dit algoritme aan te scherpen. Op deze manier zijn er nog meer meldingsplichtige bedrijven in beeld. Deze worden met grijze en zwarte stippen in de geoviewers weergegeven.

Korte update: Gebruik koppeling eLoket door RUD Limburg-Noord
Door andere diensten in het land wordt met interesse gekeken naar de Gelderse oplossing van het eLoket energiebesparing. De energietoezichthouders van de RUD Limburg-Noord hebben binnenkort ook toegang tot de meldingen energiebesparing. Deze toegang krijgen zij via de voorziening van de Gelderse omgevingsdiensten. De RUD Limburg-Noord kan zo via hun eigen geoviewer de locaties van gemelde bedrijven zien én doorklikken naar de PDF met alle gemelde gegevens