Categorie Archief Uncategorized

Heroriëntatie I-GO in 2021

In 2021 gaat I-GO verder in een nieuwe vorm. Momenteel zijn we bezig met een heroriëntatie van I-GO. In juli, augustus en september is hier met de i-managers en managers T&H en VV van alle Gelderse en Overijsselse OD’s over gesproken. Op 20 november is hier, in het Gelderse DO verkennend over gesproken. Naar alle waarschijnlijkheid wordt I-GO het beheer van een basispakket aan bestaande producten. Begin 2021 wordt besproken wat er wel en niet in dit basispakket zit. Er zijn producten die niet in het basispakket komen, maar waar omgevingsdiensten wel gebruik van willen maken. Er wordt nog besproken hoe we deze omgevingsdiensten kunnen faciliteren. Daarnaast worden er nog goede afspraken gemaakt over de overgangsperiodes. Bijvoorbeeld in relatie tot contractafspraken.

Data-analyse
Binnenkort verschijnt er een programmaplan van een ‘nieuw’ programma. Dit programma heeft als werktitel ‘data-analyse’. Hieraan wordt gewerkt door een tijdelijk multidisciplinair team.

Intensief traject
Het heroriëntatietraject is een intensief traject. Robert van Rheenen: “Het kost tijd en energie om inhoudelijk bij elkaar te komen. Wel is het belangrijk om hier de tijd voor te nemen. Alleen dan kun je een goed proces neerzetten. Tijdens het traject willen we iedereen goed aangehaakt houden. Daarom blijven we gebruikers van I-GO, en iedereen die aangehaakt is bij het heroriëntatietraject, dan ook informeren over de voortgang en de ingeslagen weg.”

Afscheid Programmamanager John Rayer

In december namen we afscheid van I-GO Programmamanager John Rayer. John was vanaf de start van I-GO betrokken bij de ontwikkeling van I-GO. Hij heeft I-GO zien groeien tot de informatievoorziening die het nu is. Na jaren ontwikkeling onder de aansturing van John starten we door in een nieuw programma Data-Analyse. Het beheer van de I-GO modules blijft aangestuurd door Joost Beeker, Informatiemanager van OddV

Joost Beeker is vanaf 1 januari ook aanspreekpunt voor de doorlopende I-GO innovatieprojecten.Het gaat daarbij om de aansluiting op het Register Externe Veiligheid (REV), het dashboard voor provinciale inrichtingen én de aansluiting van de provincie Gelderland op I-GO.

Waardevolle informatie
Op de vraag waar John het meest trots op is, antwoordt hij zonder twijfel: “Het gegevensmagazijn. Dat vormt feitelijk het hart van I-GO”. Hij licht toe: “De diensten beschikken over een gigantische hoeveelheid gegevens, over het gebied en de activiteiten die daarin plaatsvinden. Niet alleen in de eigen VTH-systemen, maar juist ook in diverse provinciale en landelijke registraties. Doordat we die gegevens bij elkaar hebben gebracht, ontstaat zoveel waardevolle informatie. Bijvoorbeeld over gegevens die niet kunnen kloppen, de vergunningen die we moeten actualiseren, de locaties die we vandaag nog zouden moeten bezoeken en de aspecten die we tijdens zo’n controle moeten beoordelen.” John is blij met de vervolgstappen. “In het programma ‘data-analyse’, dat momenteel in ontwikkeling is, werken I-GO, Ketentoezicht en branchegericht toezicht samen aan een efficiëntere data-gestuurde organisatie. In dit programma wordt geprobeerd zoveel mogelijk gebruik te maken van de waardevolle informatie die we nu hebben. Het I-GO gegevensmagazijn vormt een uitstekende basis.”

Samenwerkingen
Voor de ontwikkeling die I-GO heeft doorlopen, is John velen dankbaar. “Een uitermate deskundig en praktisch ingesteld ontwikkelteam, kritisch meedenkende en -ontwikkelende medewerkers, de informatiemanagers en VTH-managers die verbinding legden tussen dagelijkse VTH-praktijk en technologische oplossingen, directeuren met toekomstvisie en inzicht in de kracht van samenwerking én de provincie die bij de vorming van de omgevingsdiensten een impuls aan de informatievoorziening gaf. Zij hebben hier allemaal enorm aan bijgedragen. Zonder deze dragers hadden we onze gezamenlijke informatievoorziening niet op dit niveau gekregen.”

I-GO: een terugblik op 2020

Het jaar 2020 was een enerverend jaar in alle opzichten. Met I-GO hebben we veel stappen genomen. December is hét uitgelezen moment om even achterom te kijken wat er allemaal gerealiseerd is. En daarom hebben wij op een rijtje gezet welke stappen het team van I-GO in 2021 gemaakt heeft.

Door I-GO zijn in 2020 de volgende stappen gemaakt:

Slimme innovaties
Er zijn een aantal slimme innovaties op het gebied van informatiegestuurd werken ondersteund. Eerder ontwikkelde voorzieningen zijn beheerd en verder verbeterd. Ook werden er nieuwe voorzieningen gebouwd.

Beheerde en verbeterde voorzieningen
De volgende voorzieningen werden al beheerd en verbeterd:

Kwaliteitstoetsen en managementrapportage
Hiermee worden continue gegevens van de omgevingsdiensten op kwaliteit getoetst en teruggemeld. Bijvoorbeeld over bedrijven die wel zijn ingeschreven in het Handelsregister, maar niet bij de omgevingsdienst bekend zijn.

Aanlevering aan Inspectieview
Hier moeten de omgevingsdiensten gegevens van hun controles aanleveren.

Meldingen energiebesparing
Deze meldingen worden door bedrijven gedaan. Ze zijn nu eenvoudig via de I-GO kaartlagen te raadplegen. Ook zien toezichthouders direct, door combinatie van diverse databronnen, welke bedrijven zich nog moeten melden.

I-GO Veehouderijen
Geeft inzicht in vergunde en gemelde dieraantallen en stalsystemen.

I-GO Viewer
Via een kaartviewer zijn zaak-, document- en locatiegegevens eenvoudig zichtbaar. De viewer heeft momenteel meer dan 240 actieve gebruikers.

Nieuwe voorzieningen
In 2020 zijn diverse nieuwe voorzieningen gerealiseerd:

Nieuw gegevensmodel (Kernregistratie)
Dit model is uitgerold, met onder meer de aansluiting op de landelijke ZTC voor de Omgevingswet en uniformering van zaak- en documenteigenschappen tussen Gelderland en Overijssel.

Technische aansluiting op het landelijke Register Externe Veiligheid
(REV, informatieproduct in het kader van de Omgevingswet)
Van enkele REV-activiteiten zijn de gegevensstromen gebundeld en verbeterd.

Beheer van de dagelijkse lijst ‘Asbestmeldingen in de toekomst’
Dit beheer is door I-GO overgenomen van Omgevingsdienst Twente. Asbesttoezichthouders van alle omgevingsdiensten in Nederland gebruiken deze voor het uitvoeren van het asbesttoezicht.

Het Informatiegestuurd Toezichtmodel veehouderijen
Er is een risicomodel ontwikkeld. Hierbij wordt, op basis van een tiental interne en externe gegevensbronnen, realtime bepaald bij welke veehouderij toezicht het meest urgent is.

Vertaaltabellen
Bij de voorbereiding op de Omgevingswet is een vertaaltabel gemaakt van:
– de RIE-codes,
– SBI-codes
– BOR-codes

Er zijn activiteitenbesluitparagrafen naar paragraaf gemaakt uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Op deze manier kunnen omgevingsdiensten zoveel mogelijk geautomatiseerd hun inrichtingen omzetten naar de juiste BAL-paragraaf.

Aansluiting afdeling VVHH van provincie Gelderland op I-GO
De aansluiting van de afdeling VVHH van de provincie Gelderland op I-GO is voorbereid. Dit is onder andere voor uitwisseling van vergunning- en toezichtinformatie Wet natuurbescherming van de provincie met Wabo-informatie van de omgevingsdiensten.

Lijst meldingsplichtige bedrijven groeit

De toezichthouders van de Gelderse omgevingsdiensten vinden in hun geoviewer én de I-GO Viewer de gegevens van de bedrijven die zich bij het eLoket van RVO hebben gemeld in het kader van de ‘Informatieplicht Wet milieubeheer’. Door slimme combinatie van databronnen worden in de viewer ook de bedrijven getoond die zich nog moeten melden. De omgevingsdiensten houden het toezicht hierop. Inmiddels hebben de energietoezichthouders met hulp van het team van I-GO weer zo’n 5000 meldingsplichtige bedrijven aan de kaart toegevoegd.

Bedrijven in kaart brengen
Als je beschikbare gegevens combineert, krijg je goed in beeld welke bedrijven zich moeten melden in het kader van de energiebesparingsplicht. De omgevingsdiensten hebben echter geen directe toegang tot de verbruiksgegevens. Daarom is in december 2019 aan de hand van een slim algoritme (specifieke criteria) bepaald welke bedrijven zich waarschijnlijk nog moeten melden. Deze worden met grijze en zwarte stippen in de geoviewers weergegeven.

Groeiende lijst
Op basis van eerdere variabelen hadden we 5.790 bedrijven in Gelderland in beeld die vrijwel zeker boven de landelijke norm voor meldingsplicht vallen. In januari dit jaar zijn diverse variabelen toegevoegd. Hierdoor hadden we bijna 10.000 bedrijven in beeld die per 1 juli 2019 een melding hadden moeten indienen. Inmiddels is de lijst sinds kort weer gegroeid met zo’n 5000 bedrijven.

Verklaring van de toename
Waar komt deze toename vandaan? De RVO heeft een lijst laten opstellen met potentiële bedrijven. Deze lijst is toegestuurd aan de omgevingsdiensten. In het ‘Gelders Overleg Energie Deskundigen’ (GOED) bleek dat veel bedrijven onterecht op deze lijst stonden. Om het aantal foutieve vermeldingen te beperken, is besloten om de norm van verbruik iets hoger te leggen. Ook zijn de gebouweigenaren uit de lijst gehaald. Deze gefilterde lijst zorgt voor een grote toename van potentiele bedrijven. Ook is er een kleine toename doordat er gekeken is naar de scios scope 5 installaties. Dat zijn de bijzondere industriële installaties. Denk bijvoorbeeld aan ovens, smeltovens, drooginstallaties, biomassa installaties en directe luchtverhitters. Deze blijken vrijwel altijd meldingsplichtig, waardoor zij ook aan de lijst zijn toegevoegd.

Inzicht krijgen
In de eigen (omgevingsdienst) geoviewers zien de toezichthouders alleen de voornaamste gegevens uit de ingediende meldingen energiebesparing. Na inloggen op www.igoview.nl kunnen ook alle details uit de melding (PDF) geraadpleegd worden.

Aansluitplan provincie Gelderland op I-GO in oktober klaar

Aansluiting van de provincie Gelderland op I-GO heeft een meerwaarde voor de VTH-medewerkers van de provincie en van de omgevingsdiensten; zo bleek in 2019 uit een proef. Afgelopen voorjaar is in het directeurenoverleg (DO) van de omgevingsdiensten ingestemd met het verzoek van de provincie om een volgende stap te zetten. Hiervoor wordt nu een aansluitplan gemaakt.

Inhoud aansluitplan
In het plan staat onder andere:

  • de (wederzijdse) meerwaarde van aansluiting;
  • de benodigde gegevensuitwisseling;
  • de voorkeursvariant voor (technische) aansluiting;
  • de door de provincie gewenste kwaliteitstoetsen;
  • de benodigde financiële en juridische afspraken.

Meerwaarde
Er zijn diverse gesprekken gevoerd over de meerwaarde van de aansluiting. De gesprekken waren met VTH-collega’s van de omgevingsdiensten en de provincie. De VTH-medewerkers van de omgevingsdiensten gaven aan dat zij met name behoefte hebben aan:

1- een detailinzicht in de vergunningssituatie Wet natuurbescherming;

2- informatie over bodemsaneringen en bodemonderzoeken;

3- statusinformatie over uitgevoerde provinciale inspecties bij objecten waar de omgevingsdiensten ook komen.

Afronding aansluitplan
In oktober vinden nog enkele gesprekken plaats. Hierdoor krijgen we een goed beeld van de noodzaak, behoeften en wensen. Het aansluitplan wordt in oktober afgerond. Hierna wordt het aan het DO en het MT van de provincie voorgelegd ter besluitvorming. Zij bepalen allebei of er tot een feitelijke aansluiting wordt overgegaan.

De gegevens
Wordt er besloten om aan te sluiten? Dan blijven de VTH-gegevens van de omgevingsdiensten en de provincie in twee aparte databases (met aparte aanleveringen) bestaan. Deze worden dus niet geïntegreerd. Hierdoor hoeft de aanlevering van gegevens (door de omgevingsdiensten) aan I-GO (Kernregistratie) niet te wijzigen. Er volgt wel een structurele kwaliteitstoetsing van de gegeven door onder meer de databases met elkaar te vergelijken.

Mijlpaal: eerste aansluiting op het REV door I-GO

Zodra de Omgevingswet in werking treedt, wordt een deel van het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) vervangen door het Register Externe Veiligheid (REV). In deze registers houden onder meer de omgevingsdiensten gegevens bij van risicovolle activiteiten. Inmiddels zijn de test- en aansluittrajecten gestart en werpt het traject zijn eerste vruchten af. I-GO heeft bewezen dat een automatische koppeling (via een API) met het REV ook in de praktijk werkt.


Verschillen RRGS en REV

Er zijn een aantal grote verschillen tussen het RRGS en het REV. Zo is aanlevering van gegevens aan het REV alleen nog mogelijk met een geautomatiseerde koppeling vanuit het systeem van de omgevingsdienst. En dat is een grote vooruitgang. In het RRGS, wat nu nog gebruikt wordt, worden gegevens nog handmatig opgevoerd. De omgevingsdiensten kijken nu wat de beste manier is van aansluiting op dit register. Is dit rechtstreeks vanuit het eigen systeem naar het REV? Of is het beter om dit via een gezamenlijke voorziening zoals I-GO te doen?

Zichtbaar op REV-kaart
Het REV is in theorie zo gebouwd dat er door een automatische koppeling data vanuit een systeem bij de bronhouder in het register komt. Dit kan bijvoorbeeld een VTH-systeem zijn. Dat dit in de praktijk ook echt zo werkt blijkt uit de test met I-GO. Via automatisch berichtenverkeer is proefdata beschikbaar gekomen in het REV. Deze data was daarna ook zichtbaar op de digitale REV-kaart. Een mooi resultaat! Er wordt nu, samen met de bronhouders, verder gebouwd aan het REV.

API werkt
John Rayer (Programmamanager I-GO): “Voor ons was het nieuw om met API’s te werken. Maar door de aangeleverde specificaties en de goede samenwerking met Geodan was de koppeling met het REV goed te maken. Nog niet alle gegevens die in het REV moeten komen, zijn in de huidige VTH-systemen opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan de locatie van het vulpunt of de ligging van leidingen. Hier ligt nog een uitdaging. Kortom; de leidingen zijn gelegd, de specificaties van het vervoer door deze leidingen vraagt nog aandacht.”

Efficiëntie
Er wordt nu vooral gezocht naar een efficiënte manier om de benodigde gegevens te verzamelen en straks te beheren. Dit wordt gedaan door I-GO met de EV-specialisten in Gelderland en Overijssel. Een groot deel van de benodigde gegevens hebben we immers niet in onze systemen staan. Die informatie moet ergens anders vandaan komen. Of het moet door de omgevingsdiensten zelf worden onderzocht en opgenomen. Dit wordt een hele klus. Van een aantal activiteiten krijgen we nu in beeld hoe we de ontbrekende gegevens zo efficiënt mogelijk kunnen verzamelen. Daarbij richten we ons in de eerste instantie op de tankstations, gasregelstations en windturbines. We blijven verder dicht op de mooie initiatieven zitten die landelijk ontwikkeld worden rond de signaleringskaart. Zo proberen we een efficiënte oplossing te bouwen die in gebruik zo eenvoudig mogelijk werkt.

I-GO beheert asbestmeldingen

Gebruikmaken van informatie
Het Gelders Asbestoverleg heeft al langer de ambitie om het asbesttoezicht meer informatiegestuurd in te richten. Hiervoor zijn in het verleden al goede stappen gezet, zoals het uniformeren van de checklists. Een werkgroep van het Gelders Asbestoverleg heeft zich gebogen over de vraag hoe het asbesttoezicht verbeterd kan worden. Deze verbetering is mogelijk door slim gebruik te maken van informatie uit onze eigen systemen. Ook kan er informatie gebruikt worden uit systemen van derden, zoals het Landelijk Asbest Volg Systeem (LAVS), Inspectieview, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en sloopmeldingen.

Functionaliteiten
De werkgroep van het Asbestoverleg heeft, samen met I-GO en Willy Verbeeten (Omgevingsdienst Twente), gezocht naar doorontwikkelingsmogelijkheden van het informatiegestuurd asbesttoezicht. Er is een wens voor een aantal functionaliteiten:

  • Geografisch presenteren
    De toezichthouders asbest zien veel toegevoegde waarde in het geografisch presenteren van de startmeldingen. Hiermee kan op de kaart (geoviewer) getoond worden welke asbestsaneringen op welke dag plaatsvinden. Bij het bezoeken van een locatie is onderweg (of in de omgeving) direct een andere sanering zichtbaar.
  • Risicomodel
    Een tweede gewenste doorontwikkeling is een risicomodel voor de gemelde asbestsaneringen. Op basis van meerdere variabelen kan dan bepaald worden welke sanering het meest risicovol is. Daar kan dan toezicht worden gehouden.
  • Signalen van onjuiste meldingen
    Niet alleen het toezicht op gemelde saneringen heeft prioriteit. Juist het toezicht op asbestsaneringen waarvoor een onjuiste melding is gedaan, is voor toezichthouders interessant. Door informatie van meerdere bronnen te combineren, worden er bepaalde signalen zichtbaar. Deze signalen kunnen voor een toezichthouder de aanleiding zijn om de locatie te bezoeken. Bijvoorbeeld informatie over: ingediende sloopmeldingen, wijzigingen van de BAG-status, het naleefgedrag van de inrichtinghouder en het al dan niet hebben van een verdacht dak op de asbestdakenkaart.

De wensen van de toezichthouders asbest en de mogelijkheden die I-GO kan bieden, worden voorgelegd aan het Gelders Asbestoverleg. Hierna wordt het ook nog besproken in het overleg van Informatiemanagers.

Geen login?

Heb je nog geen login? Op deze pagina kan je een account aanvragen.
Het gebruikersportaal is voor OD medewerkers.

Na de login krijg je toegang tot de rapportages van I-GO maar ook het bevindingen portaal en de I-GO Viewer. Voor meer informatie van de I-GO Viewer klik hier.

Ook krijg je toegang tot documenten zoals een lijst met de complexe inrichtingen. Daarnaast krijg je toegang tot enkele kwaliteitsrapportages. Het aanvragen van een account kost doorgaans één werkdag.  De accounts zijn alleen voor de Gelderse en Overijsselse omgevingsdienst medewerkers.

Aansluiting op het Register Externe Veiligheid (REV)

Zodra de Omgevingswet in werking treedt, wordt het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) vervangen door het Register Externe Veiligheid (REV). In deze registers houden onder meer de omgevingsdiensten gegevens bij van risicovolle activiteiten. Bij planvorming en vergunningverlening zijn zo de risico’s van overige activiteiten in de buurt goed in beeld. Afwegingen kunnen zo makkelijker gemaakt worden. Het register wordt ook gebruikt door de brandweer bij calamiteiten.Wat zijn de grote verschillen tussen het RRGS en het REV? En hoe zit het met het beschikbaar stellen van brongegevens? 

Geautomatiseerde koppeling
Er zijn een aantal grote verschillen tussen het RRGS en het REV. Zo is aanlevering van gegevens aan het REV alleen nog mogelijk met een geautomatiseerde koppeling vanuit het systeem van de omgevingsdienst. En dat is een grote vooruitgang. Met het RRGS, wat nu nog gebruikt wordt, worden gegevens nog handmatig opgevoerd. De omgevingsdiensten kijken nu wat de beste manier is van aansluiting op dit register. Dit gebeurt door I-GO samen met de Informatiemanagers en Externe Veiligheidsmedewerkers van de omgevingsdiensten Gelderland en Overijssel. 

Gegevens
In het REV wordt op landelijk niveau informatie gebundeld over 43 risicovolle activiteiten. Deze zijn in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) gespecificeerd. Van een groot deel van deze activiteiten beschikken de omgevingsdiensten (in opdracht van de gemeenten) over de brongegevens. We verwachten dan ook dat gemeenten aan de omgevingsdiensten vragen om deze gegevens beschikbaar te stellen. Het gaat onder andere om gegevens van: LPG-tankstations, mestvergistingsinstallaties, opslagtanks voor gassen, brandbare vloeistoffen en gevaarlijke stoffen, ammoniakkoelinstallaties, windturbines en metaalindustrie met cyanide houdend bad. De gegevens van een aantal andere activiteiten worden door andere bronhouders aangeleverd.

Verschil met RRGS
Het REV verschilt van het RRGS op drie belangrijke punten:

  • Het REV haalt alle data uit de bronsystemen.
    EV-data wordt momenteel rechtstreeks in het RRGS ingevoerd. Het REV haalt daarentegen alle data uit de systemen van de omgevingsdiensten. Dit betekent dat in de systemen van de omgevingsdiensten alle benodigde gegevens geregistreerd moeten worden. Dat geldt ook voor gegevens die nu alleen in het RRGS geregistreerd worden. Het gaat daarbij onder meer om X- en Y-coördinaten van locaties, de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, het type gevaarlijke stoffen, datum van vergunning én de geometrie (veelal een cirkel) om de risicobron. Het grote voordeel is dat informatie nog maar in één registratie hoeft te worden bijgehouden. Er kan dus geen verschil zijn van gegevens in het register en gegevens in het eigen VTH-systeem.
  • Het REV bundelt alleen de data en voert geen berekeningen/bepaling van contouren uit.
    Het RRGS bepaalt nu nog de contouren (op basis van wettelijk bepaalde regels) en zet die in de kaart op basis van gegevens die de omgevingsdiensten daar invoeren. Dit gaat het REV niet doen. De contouren van aandachtsgebieden en pr-contouren (PR10-5, PR10-6, etc.) worden door de omgevingsdiensten meegeleverd aan het REV. De VTH-systemen kunnen deze contouren nu niet bepalen. Dit is dus een grote stap.
  • Het REV heeft de ambitie om de gegevens bij de bron te laten staan en dus geen (landelijk) kopie hiervan te hebben.
    Bij het raadplegen door derden, worden de gegevens opgehaald uit het bronbestand bij de omgevingsdienst. Hier is het ministerie nu (tijdelijk) vanaf gestapt. Zij gaan de gegevens als kopie opslaan, de betreffende omgevingsdienst geeft vervolgens een wijziging door bij elke mutatie. Op termijn komen deze gegevens bij het opvragen rechtstreeks uit de bronsystemen van de diensten.

Vervolg in Gelderland en Overijssel
In Gelderland en Overijssel zien we drie mogelijkheden voor aansluiting op het REV:

  • Directe aanlevering aan REV.
    Door een directe koppeling met het eigen VTH-systeem (per omgevingsdienst).
  • Aanlevering aan REV door I-GO.
    De omgevingsdienst levert de benodigde gegevens aan I-GO aan met de huidige I-GO berichtenstroom, I-GO levert deze in bulk door na kwaliteitstoetsen.
  • Aanlevering aan REV door I-GO. Hierbij levert de omgevingsdienst een deel van de benodigde gegevens aan I-GO. En I-GO berekent de overige gegevens (waaronder de contour) op basis van de wettelijke regels.
    Al dan niet met invoerportaal.

De omgevingsdiensten bekijken ook welke gegevens met welke kwaliteit aangeleverd moeten worden. De gegevensmodellen van het REV zijn nog in ontwikkeling, maar geven ondertussen al een goed beeld van de benodigde gegevens.

De komende maanden
De komende maanden bekijkt I-GO de voors en tegens van de drie opties. Dit doen wij samen met Geodan (technisch ontwikkelaar van het REV), leverancier van de VTH-applicatie Open Wave REM, Informatiemanagers en Externe Veiligheidsmedewerkers. We gaan technische aansluitingen maken op het REV en het berichtenverkeer met testdata op gang brengen. In juli hopen we de eerste resultaten van de opties in beeld te hebben. De omgevingsdiensten kunnen zo een goede keuze maken voor aansluiting op het REV.

Gevolgen van de Omgevingswet voor de Kernregistratie

De Kernregistratie is dé basisregistratie voor de Gelderse en Overijsselse omgevingsdiensten. In dit gegevensmodel leggen de omgevingsdiensten vast welke gegevens de omgevingsdiensten minimaal van ieder object, iedere zaak en ieder document vastleggen. Op deze manier kunnen we goed gegevens met elkaar uitwisselen én uitwisselen met landelijke voorzieningen. Denk aan Inspectieview milieu én het toekomstige Register Externe Veiligheid. Alle informatie is vastgelegd en de omgevingsdiensten hebben deze gegevens zo goed mogelijk bijgehouden volgens de definities uit de Kernregistratie. De Omgevingswet heeft echter een aantal gevolgen voor de Kernregistratie. Deze zijn de afgelopen periode in beeld gebracht en worden momenteel doorgevoerd.  

Wijzigingen door omgevingswet
Enkele wijzigingen van de Kernregistraties als gevolg van de Omgevingswet zijn:

  • Het begrip ‘inrichting’ staat minder centraal.
    In de wet komt het begrip ‘inrichting’ te vervallen; de milieubelastende activiteiten staan centraal. Een inrichting noemen we een ‘VTH-object’. Hierin worden per domein (milieu, energie, bodem, etc.) specifieke objecteigenschappen toegevoegd.
  • De SBI-code en VNG-risicocategorie worden minder van belang.
    De publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt niet meer gehanteerd onder de Omgevingswet. In plaats daarvan is een milieuzonering nieuwe stijl opgesteld. Gegevens over SBI-codes en VNG-risicocategorieën blijven we bijhouden, omdat ze relevant zijn voor bestaande bestemmingsplannen.
  • Milieubelastende activiteiten uit het Besluit Omgevingsrecht (BOR) worden vervangen en uitgebreid door activiteiten uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL).
    Voor ieder object met milieudomein wordt het verplicht om minimaal één milieubelastende activiteit aan te leveren.
  • In het BAL wordt niet meer uitgegaan van A, B en C inrichtingen, maar van meldings- en vergunningsplichtige activiteiten.
    In het gegevensmodel wordt uitgegaan van de nieuwe typeringen: complex, vergunningsplicht, meldingsplicht, informatieplicht, geen plicht. In Gelderland gebruiken we de term ‘complex’ voor inrichtingen waarover afspraken op stelselniveau zijn gemaakt. Daarom wordt de huidige term ‘complex’ in Gelderland vervangen door ‘stelsel-object’.
  • De zaaktypencatalogus die onder de Omgevingswet in ontwikkeling is, benoemt een aantal zaaktypen, zaakstatussen, zaakresultaten, zaakeigenschappen en besluittypes anders dan nu in de Gelders Zaaktypencatalogus (GZTC).
    De benamingen en definities worden allemaal overgenomen. Daarmee nemen we afscheid van de GZTC. De landelijke zaaktypencatalogus wordt leidend, waarbij de omgevingsdiensten een aantal verbijzonderingen kunnen aanleveren aan I-GO.

En nu?
Bovenstaande wijzigingen liggen voor bij de Informatiemanagers om de impact per omgevingsdienst te bepalen. Daarna vindt besluitvorming hierover plaats. Door de aanpassingen is de Kernregistratie conform de Gemma Bedrijfsprocessen Omgevingswet, Landelijke Zaaktypecatalogus Omgevingswet, Informatiemodel Inspectieview en het Informatiemodel Basis en Kerngegevens. Naast deze landelijke modellen bevat de Kernregistratie een aantal gegevens (zaaktypen) en VTH-object eigenschappen die de Gelderse en Overijsselse omgevingsdiensten van belang vinden. Daarmee beschikken we over een gegevensmodel dat volledig volgens de landelijke uitgangspunten is én aansluit op de eigen behoefte van de omgevingsdiensten en haar opdrachtgevers.